Tag archieven: God

Doop: big deal (?) (2)

Hoe zou dat gaan, straks bij de hemelpoort? Wat zou God van je vragen om binnen te mogen komen? Of je je keurig hebt gedragen? Netjes je huiswerk hebt gemaakt en je werk hebt gedaan? Lief en leuk en aardig en schattig bent geweest voor je ouders of collega’s? En zou God ook vragen aan je: hoe je gedoopt bent?

Nee, natuurlijk niet! De Bijbel is volstrekt helder: geloof in Jezus – en je wordt gered. Zeker weten?

‘In het evangelie openbaart zich dat God enkel en alleen wie gelooft als rechtvaardige aanneemt’ – Romeinen 1: 17.

Daar is geen woord Spaans bij…Geloven is zeggen dat wat Jezus zegt in de Bijbel waar is: dat Hij je redder is, het Licht in je duisternis, het Levende Water dat je dorst lest, je Goede Herder die je draagt als het jou niet meer lukt, Hij is het levende Brood dat je werkelijk blij en vervuld maakt. Dopen, en hoe je gedoopt bent is van ondergeschikt belang. Das toch wel belangrijk om even te zeggen. Want met alle aandacht die hier naar toe gaat, en sommige schrijvers die benadrukken hoe belangrijk het is om zus of zo gedoopt te worden, zou je zomaar kunnen denken: wat nu? Stel dat ik verkeerd kies en verkeerd gedoopt bent en ik daar bij Hem kom….  

Vaak wordt Marcus 16:16 gebruikt om aan te geven dat dopen en geloof beide noodzakelijk zijn om behouden te worden.

Wie gelooft en gedoopt is zal worden gered, maar wie niet gelooft zal worden veroordeeld – Marcus 16:16

Jezus zegt hier tegen zijn volgelingen: kom tot geloof, en laat je dopen. Dan wordt je gered. Nou, helder toch? Het staat er toch? Geloof en doop – das de weg van redding.. Jezus eigen woorden. Maar lees nou eens goed. Wie worden er veroordeeld? Niet degene die niet gedoopt zijn: enkel diegene die niet geloven! Toen Jezus hier sprak, sprak hij tegen de discipelen die de wereld in mochten gaan om mensen op te roepen te geloven in Jezus Christus. Ze zouden allemaal ongedoopte mensen tegen komen. Daar mogen ze tegen zeggen: kom tot geloof, en laat je dopen, begin een nieuw leven, God wil met je mee gaan.  Als ik nu zou staan in Amsterdam met de Bijbel in de hand, dan mag ik daar ook oproepen: geloof en laat je dopen – mensen das de weg tot je redding. De doop zelf is niet onderdeel van het ticket om naar de hemel te gaan. Als je niet oppast heb je zomaar de gedachte dat ieder mens dat wel geloofde, maar niet gedoopt is, niet welkom is in de hemel. En dat je voor je sterven nog snel gedoopt moet worden om erbij te mogen horen.

Vaak worden dan ook de woorden van Jezus aangehaald uit Johannes 3, als Jezus in gesprek is met Nicodemus. ‘wat moet ik doen om gered te worden’, vraagt hij. Jezus zegt: je moet geboren worden uit water en geest. Zie je wel, wordt dan gezegd, weer water! Nou bedoelt Jezus bij Nicodemus met water heel wat anders – water is vergeving en reiniging. Jezus zegt: laat je reinigen wil je horen bij Mij, en Nicodemus vond dat lastig want die was toch goed voor God omdat hij een professor in de theologie was. En dan spreekt Jezus over waar dat gebeurt: want zo lief had God de wereld, dat Hij zijn enige Zoon gegeven heeft, zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.

Gelukkig staat in de hemel Jezus niet met een afvinklijstje: welke kerk, en welke doop. Er klinken volgens mij maar twee vragen. De eerste is: heb je gedaan wat ik vroeg? Dan moeten we allemaal bekennen: nee… Leven in liefde tot God en de ander, in ieder geval schiet ik vaak tekort. Ik ben een nul. Maar dan klinkt een andere vraag: heb je Mij lief? En als je daar ‘JA’ op kan zeggen, dan komt Jezus voor je staan, als de Ene, de enige die de wet gehouden heeft, en wordt die nul van jou een 10. Daar ligt je redding. Laat niemand je iets anders aanpraten: Jezus + niks = alles! 

Waterproof

“Ik heb echt mijn huiswerk gemaakt hoor mam!” zeg jij. “Ow, bewijs dat maar eens dan” zegt ze terug. Jij dus snel naar boven om je gemaakte werk te halen (of niet natuurlijk). Bewijzen, dat doen we eigenlijk de hele dag door. Op school bijvoorbeeld, met wiskunde. “Deze hoek moet 35 graden zijn want de andere hoeken zijn 145.” Of uh, een bewijs dat je de Efteling in mag, het toegangskaartje (heel belangrijk natuurlijk). Hele dag door zijn we bezig met bewijzen. Maar God. Kan jij die ook bewijzen?

Voordat je iets kan aannemen, moet je het eerst laten zien. Of jij je huiswerk hebt gemaakt, dat kan je laten zien door je moeder in je schrift te laten kijken. Als je de Efteling in wil, moet je je toegangskaartje laten zien. Natuurkunde, of wiskunde: dat kan je allemaal laten zien met je rekenmachine. Maar God, tja. Wat nou als iemand jou vraagt of jij God kan bewijzen. Misschien heeft iemand dat al wel eens aan je gevraagd. Wat heb jij toen geantwoord? Ik kan het niet. God kan ik niet narekenen op mijn rekenmachine. Ook kan ik je Hem niet laten zien als je naar boven kijkt ofzo. We kunnen ook niet even naar Hem toe gaan. Das wel lastig!

Maar wat nou als iemand aan mij vraagt: bewijs jij God nou eens even Bram. He, jij gelooft in God, en al die dingen, maar laat maar eens zien, is Hij er ook echt? Je hebt een hele hoop mensen die zeggen dat als je maar goed kijkt naar de natuur, dan vind je daar vanzelf God wel. De natuur bewijst het bestaan van God. Als je een mooi eiland ziet, of al die mooie dieren, dat kan toch nooit toeval zijn! Of als je kijkt naar alle andere godsdiensten. Bijvoorbeeld de islam of het hindoeïsme of noem er maar een, dan is het geloof in Jezus wel heel anders! Jezus is gestorven voor de mensen, allah niet. Andere mensen die wijzen er wel op dat al die profetieën die je in de Bijbel vindt, dat die ook allemaal zijn uitgekomen. Profetieën over Jezus bijvoorbeeld: die zijn 4000 jaar geleden soms uitgesproken, en die zijn allemaal in Jezus uitgekomen. Dat kan vast geen vervalsing zijn. Maar bewijzen we daarmee God?

Al die dingen die hierboven staan zijn best heel waar! Het christelijk geloof is ook heel bijzonder, en de wereld zit ook heel mooi in elkaar en daarin zie ik ook de hand van God. En het is ook zo dat al die profetieën zo gebeurt zijn. Maar dat kan je ook allemaal weer anders uitleggen. Hiermee bewijs ik jou God niet. Ik kan je het niet laten zien als 1+1=2. En ik geloof ook niet door al deze dingen. Mijn geloof hangt niet af van al die bewijzen. Ze laten alleen zien dat het geloof zo gek nog niet is. Ook al kan je God niet bewijzen, er is wel iets voor te zeggen dat Hij bestaat. Er zijn aanwijzingen! Dat lees je ook in Romeinen 1:20 “Zijn onzichtbare eigenschappen zijn vanaf de schepping van de wereld zichtbaar in zijn werken, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid zijn voor het verstand waarneembaar.” God is te zien in de wereld. In hoe mooi een regenboog kan zijn, hoe sterk een mier is, hoe bijzonder jouw hart in elkaar zit, hoe groot het heelal is, en hoe het komt iedere driehoek precies 180 graden telt, en ook: hoe bijzonder het is dat Jezus aan een kruis heeft gehangen. Maar God, die heb je daarmee niet bewezen.

Maar wat nou als God zichzelf eens bewijst? En niet door formuletjes of andere moeilijke dingen. Maar door Zijn daden. Kijk maar eens naar het verhaal van Noach. Niemand geloofde nog in God. Iedereen leefde zonder Hem. Dus God dacht: Ik stop ermee. Ik vaag ze weg! Maar toch, er was nog 1 man die wel luisterde naar God: Noach. Die kreeg de opdracht om een grote boot te bouwen, waarmee hij zichzelf, zijn familie en een hele hoop dieren kon redden. En toen Noach bezig was met die boot, zullen er vast mensen zijn geweest die zeiden: “Dus jij gelooft in God? Ha, bewijs Hem dan maar! Laat maar zien dat God er is!”. Tja, wat kon Noach doen? Hij had het zelf van God gehoord, maar dat geloofden de mensen niet. Noach kon God niet bewijzen. En op een dag begon het te regenen. En steeds meer, tot de hoogste berg kwam het water te staan! God bewees zichzelf. En dat deed Hij door Zijn daden! God liet zien dat Hij echt bestond aan al die mensen die tegen Noach zeiden: “Dat gaat die God van jou vast niet doen, als hij al bestaat! Laat maar eens zien dat het zo is!” God bewees dat Zijn liefde echt is! Want God redde Noach. God bewees zichzelf waterproof!

En zo doet God dat nu nog. Aan jou en mij bewijst God ook nog steeds dat Hij er is. En dat doet Hij door Zijn daden. Door er voor je te zijn als je het moeilijk hebt, door je kracht te geven om soms door te gaan. Of juist als je blij bent, en dingen lukken. Dat je ziet dat God erbij was. Ik merk het zelf ook: ik heb lieve ouders, ik doe een studie die ik leuk vind en heb een leuke vriendin. God bewijst zich aan mij, door er voor mij te zijn. Net zoals God er was voor Noach. Daarmee kan ik God niet bewijzen aan andere mensen. Maar God bewijst zich aan mij. En dat bewijs, dat is waterproof.

big_DenArk

 

 

 

 

 

De wet

Regeltjes, regeltjes, regeltjes. Overal heb je te maken met regels: op school bijvoorbeeld en thuis. Je moet op tijd komen in de les, eerst je groentes opeten en daarna pas het vlees. Hele irritante regels soms. Ik neem graag een glas drinken mee naar boven, en als ik dan opnieuw drinken ga halen, dan vergeet ik die wel eens mee te nemen. Dan loop ik naar de koelkast, haal er een pak drinken uit, en dan hoor ik opeens: “Eerst je glas uit je kamer halen!” Of de eerste die beneden komt moet de vaatwasser uitruimen of iedere maandag je kamer moeten schoonmaken.

In de Bijbel kan je ook een hele hoop regeltjes vinden. Bijvoorbeeld de wet. Misschien wordt die bij jou ook wel iedere zondag gelezen. Je moet God eren, en geen beeld van Hem maken. Je mag niet de naam van God zomaar gebruiken. Ook mag je niet moorden, stelen, scheiden of jaloers zijn. Allemaal regeltjes. Sommige mensen denken wel eens dat het geloof alleen maar moeten en mogen is. Je moet van alles en je mag niks. Het is de wet, de wet die God ons gegeven heeft, die je moet houden. Maar als je goed kijkt naar die wet, dan is dat toch wat anders.

De wet, dat is hoe God wil dat Israël voor Hem en met elkaar zouden leven. Niet een stel regeltjes. Het is een handboek, een handleiding voor hoe je goed moet leven. Dat is namelijk wat God wil: het goede voor ons. Dat lezen we in Jesaja 48: “Dit zegt de HEER, je bevrijder, de Heilige van Israël: Ik ben de HEER, jullie God, die jullie onderricht in je eigen belang, die jullie leidt op de weg die je gaat. Luisterde je maar naar mijn geboden, dan zou jouw vrede zijn als een rivier, en je gerechtigheid als de golven van de zee.” Waarom onderricht God ons, waarom geeft Hij ons regels? Omdat Hij ons graag naar beneden wil drukken? Omdat Hij vindt dat we niks mogen en van alles moeten? Nee, omdat we door zijn regels pas echt gelukkig worden! Die regels zijn goed! Gods wet is niet van: ow hard werken en alles maar zo goed mogelijk maar doen. Nee: het is echt gelukkig worden, het goede leven leven! Hoe zou de wereld eruit zien als we allemaal die wet zouden houden? Als er niet gemoord zou worden, niemand jaloers was en iedereen God zou eren? Als het paradijs! Dan zou het een perfecte wereld zijn. Maar helaas, dat kunnen we niet. We hebben God nodig.

Wanneer gaf God zijn wet nou eigenlijk? Dat kan je lezen in Exodus 19. Israël was weggevlucht uit Egypte. Mozes had ze door de Rode Zee geleid, doordat God die had gespleten. En daarna kwamen ze terecht in de woestijn. God zei tegen Mozes dat hij de berg op moest komen, en daar zou God met Mozes gaan praten! God was een relatie aangegaan met Israël, Hij zou hen leiden naar het beloofde land. Tenminste: als ze God zouden volgen. Als ze God zouden vertrouwen in alle dingen die zouden gebeuren. En toen het volk dat wilde, zei God dat Mozes maar eens die berg op moest komen. Daar kreeg Mozes de wet. Dat is wel belangrijk om te weten. Want Gods wet werd niet gegeven voordat God met Israël bezig was gegaan, maar daarna. God had Israël al bevrijd! En nu zou Hij hen leiden naar het beloofde land. Die wet staat dus niet op zichzelf, maar altijd in de relatie met God.

Paulus vat die wet wel samen met een woord: we moeten liefde doen. “Pleeg geen overspel, pleeg geen moord, steel niet, zet uw zinnen niet op wat van een ander is’ – deze en alle andere geboden worden samengevat in deze ene uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.” Liefde tot God en tot de ander, dat is de wet. Geen saaie regels, maar liefde! En die liefde, die kunnen we alleen doen binnen de relatie met God. Want God is zelf liefde, en als jij vertrouwt op God, dat komt Hij in je wonen. Dan komt dus de liefde in je wonen. Dan gaat God je helpen die hele wet te houden. Daarom dus die relatie; je hebt God nodig. Aan Israël werd ook pas de wet gegeven nadat Hij een relatie met hen was aangegaan. Als je die relatie aangaat, dat krijg je niet alleen de wet, maar ook de Geest. Gods Geest! Want wij kunnen het zelf niet. Jij en ik, wij doen zo vaak foute dingen. Uit onszelf kunnen we die wet niet houden. Daarvoor komt de Heilige Geest. En die gaat je veranderen, zodat je steeds meer gaat leven naar Gods bedoeling. Je gaat die liefde, die wet, steeds meer houden en je leven richten op God. Daarmee komt er weer een stukje paradijs op aarde en laat je zien hoe groot die liefde van God is.

De wet, het zijn geen regels. Het is Gods wil, en Gods wil, dat is liefde voor de hele wereld. Jezus vat het zelf samen in Mattheus 22: heb God lief boven alles, en je naaste als jezelf. Eerst God, daarna je klasgenoot, buurman of vriend. Of, zoals Paulus het zegt: “Wees elkaar niets schuldig, behalve liefde, want wie de ander liefheeft, heeft de gehele wet vervuld.”